Virtuele Golfclubs

Virtuele clubs – wat zijn dat eigenlijk?

Dat zijn golfclubs zonder baan. Die wedstrijden, lessen, regelcursussen, reizen en nog veel meer verzorgen, maar verder alleen online bestaan. Dat zijn Virtuele of D-Clubs.

De stellingen over Virtuele Clubs

Het is een beetje een vies woord geworden in de Nederlandse golfwereld. Veel clubs zien in virtuele clubs de reden dat hun leden aantal afneemt. Of waarom nieuwe golfers minder spelen. Allemaal de schuld van die virtuele clubs. En het zijn natuurlijk de klaplopers van het Nederlandse Golf. Dragen helemaal niets bij aan golf. Tijd voor Golftribune om die stellingen eens tegen het licht te houden.

Waarom worden golfers lid van een Virtuele club?

Voorkeuren van de golfers

Waarom veel golfers geen behoefte hebben aan een traditioneel lidmaatschap heeft met veel te maken – maar niets met virtuele clubs.

  • Men vind het leuker op verschillende banen te spelen.
  • Men wil voornamelijk met de eigen vrienden en familie spelen.
  • Men heeft minder behoefte aan een clubleven.
  • Men speelt af en toe zakelijk.
  • Men wil eerst even rondkijken in golf alvorens voor een traditionele club te kiezen

Waar komen de leden van Virtuele Clubs vandaan?

De meeste leden van virtuele golfclubs zijn nieuwe golfers. Vaak via een cursus om Handicap 54/GVB te behalen.

Hoe vinden deze leden de virtuele clubs?

De meeste nieuwe golfers komen bij virtuele golfers terecht omdat deze clubs bijzonder goed zijn in hun (internet) marketing en verkoop. Niet omdat ze altijd de goedkoopste optie bieden.

Waarom niet bij een traditionele club registreren?

In tegenstelling tot veel traditionele clubs is men bij een virtuele club niet een tweederangslid, maar een lid. En dat verschil ervaart men helaas nog veel te vaak op de Nederlandse golfbanen.

Traditionele vs Virtuele Clubs

Sterke punten Virtuele Clubs

De kracht van virtuele clubs is dat men continu bezig is met (internet) marketing en verkoop. De eigenaren hebben goede netwerken binnen de golfwereld en jarenlange ervaring. En de virtuele club is veel slagvaardiger dan een traditionele club kan zijn. En wat hebben deze clubs voor iedere traditionele club in Nederland? Leden. Heel veel leden.

Zwakke punten virtuele clubs

Zwak punt is de slechte naam die virtuele clubs over het algemeen hebben bij veel traditionele clubs. Een ander zwak punt is dat het voor virtuele clubs veel lastiger is om een persoonlijke band met de leden te hebben. Een zwak punt voor virtuele clubs is ook de geringe belangstelling die de NGF voor deze clubs heeft.

Sterke Punten Traditionele Clubs

Traditionele banen hebben faciliteiten, wedstrijden en lesmogelijkheden. Ze hebben de warme belangstelling van de NGF en de gelegenheid om de band met de leden te versterken is er iedere keer als een lid komt golfen.

Zwakke punten traditionele clubs

Traditionele clubs hebben een Bestuur dat uit vrijwilligers bestaat, net als hun commissies. Er is soms een (deeltijd) manager en/of secretaresse. Al deze partijen zijn druk met de dagelijkse gang van zaken op een golfclub. Onderhoud van baan, clubhuis, lokale overheden enzovoorts. Er is weinig tijd en er zijn nog minder middelen om voldoende aan ledenwerving, marketing en promotie te doen.

Samenwerken is logisch

In een zakelijke markt zouden deze partijen allang om tafel zitten om samen sterker te worden. In de golfmarkt dus niet. De opstelling van de NGF en de NVG hebben daar veel mee te maken.

NGF

Toen traditionele clubs zich bij de NGF beklaagden dat hun leden aantallen afnamen en dat dat allemaal de schuld was van de virtuele clubs, gaf de NGF adviseert traditionele leden registratie lidmaatschappen aan te bieden. Op zich prima. Maar dan blijkt ineens, dat een aantal clubs hierdoor in de problemen raakt en biedt de NGF deze clubs de mogelijkheid, om die registratie via de officieel gesloten Stichting Golfsport te laten verlopen. U leest er hier meer over. De NGF beïnvloedt daarmee op oneigenlijke wijze de markt.

Nederlandse Vereniging van Golfbaanexploitanten (NVG)

De NVG stelt dat tussenverkoop koste wat het kost vermeden moet worden. Want daarmee worden exploitanten alleen maar afhankelijk van derden en dat gaat steeds meer ten koste van de marge. Maar dat is alleen waar als de kosten van directe verkoop lager zijn dan de kosten van indirecte verkoop (tussenhandel). Daarnaast moet de club of baan voldoende middelen hebben om die kosten te kunnen maken. En dat is het punt dat door de NVG compleet genegeerd wordt: de meeste clubs en banen hebben geen of onvoldoende vermogen om die kosten te kunnen maken. Want om je als baan of club onderscheidend en goed te profileren op het internet is een dure geschiedenis. En het moet ook nog eens voor een langere termijn zijn, want anders wordt het gewenste resultaat niet bereikt.

Het risico van samenwerking met virtuele clubs

Het is ook volslagen onduidelijk welk virtueel gevaar er zou zijn voor een club of baan om met een virtuele club samen te werken. Is het dat de virtuele club de leden zou wegsnoepen bij de traditionele club? Het aanbieden van registratie lidmaatschappen door de traditionele clubs zelf zou dan toch ook tot een leegloop moeten leiden?

Verantwoordelijkheid ligt bij exploitanten en Clubs

Uiteindelijk moet de verantwoordelijkheid van het besluit om niet samen te werken en vooral te concurreren met virtuele clubs toch gewoon bij baaneigenaren en clubbesturen gelegd worden. Want zij beslissen uiteindelijk wat er gebeurt – niemand anders.

Wat “klaplopers” opleveren

Oh, en nog even over dat “niets bijdragen” van die “klaplopers”: de totale bijdrage van ca. 150.000 vrije golfers is ruim 3 miljoen Euro op jaarbasis – ongeveer de helft van de totale NGF bijdrage. En ze betalen samen ook nog eens voor een slordige 9 miljoen Euro aan greenfees.  Totaal dragen ze 12 miljoen Euro op jaarbasis bij. Het is maar wat je “niets” noemt. Laat uw mening weten en reageer!

Deel dit bericht!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •